29.07.2010
koersen in Frankrijk

1e dag op de fiets
Vanaf de camping in Forcalquier zocht ik direct een klimmetje op om te kijken hoe mijn vorm is. De klim heeft een max van 8% en het gaat voor mijn gevoel moeizaam, na 4 weken niets meer te hebben gedaan.

De klim en afdaling leiden naar LaPourcin, op de D950 sla ik linksaf terug richting Forcalquier. Niets is vlak, op en af rond de 5%. In de klim naar Forcalquier krijg ik een mooi uitzicht over een klein stuwmeer, fantastisch. In Forcalquier hou ik Sisteron aan om nog wat km’s te maken. Ik rij de D12 af tot aan de T-splitsing en ook hier krijg ik een aantal mooie klimmetjes te verduren. Bij de T-splitising draai ik om en rij ik dezelfde weg terug. Om 07:30 vertrokken en om 09:30 weer terug bij het gezin op de camping. Met een kleine 47km klimmen/dalen toch 25km/h gemiddeld. Gevoel zegt dus niet alles, een goede training.

Forcalquier – Sisteron – Forcalquier
Maandag 24 juli rij ik om 14:30 vanaf de camping weg voor een rit naar Sisteron en terug. Al voor de vakantie wou ik Sisteron graag met de fiets bezoeken vanwege haar rol als startplaats van stage 11 in de tour. Daarnaast zou het een goede voorbereiding zijn voor de beklimming van de Mont Ventoux. Na de eerste rotonde volgt er een afdaling en start daarna direct het klimwerk. De weg loopt met ±4% op en af binnen de eerste 11km. Dan sla ik linksaf de D4096 op, welke parallel loopt aan de péage. Hier kan ik goed doorrijden en ook bergop kan ik aardig tempo houden. Ik passeer het eerste dorp Peyruis en neem na 20km de D4085 (Avenue Jean Jaurés) welke mij langs Chateauneuf-val-saint-Donat leidt. Vanaf de laatst genoemde is het nog 10km naar Sisteron en de wind maakt het zwaar, dit laatste deel is bijna helemaal open en ik rij vol tegen de wind in. Met de wetenschap de “Mistral” op de weg terug in de rug te hebben trek ik goed door naar het keerpunt. Aangekomen in Sisteron stop ik even op een parkeerplaats, in de schaduw onder een boom. Ik eet even een reep, drink wat, stuur een sms naar de achterblijvers en stap weer op voor de terugweg. Nu gaat het er vol op, mede dankzij de wind rij ik ruim boven de 30km/h terug en ben ik voor mijn gevoel nog sterk bergop. De rit verloopt goed desondanks de warmte, 37,5º. Maar na 80km ben ik gekookt en het klimmen van de laatste 10km valt zwaar. Die laatste kilometers leken een eeuwigheid te duren maar na 3u15min klok ik af, 90km en 27km/h gemiddeld. Prima rit met adembenemende uitzichten.

De weg naar de hel (beklimming Mont Ventoux)
Één dag na de finish van de Tour stond mijn grootste uitdaging te wachten, de beklimming van de Mont Ventoux. Al veel had ik over deze reus van de Provence gehoord, gelezen en op tv en internet gezien, bijna alles was even indrukwekkend. Vooral de intro van “de weg naar de hel” om het programma Andere Tijden Sport is mij bij gebleven.



Maar uiteraard ook de beelden van het overlijden van Tom Simpson tijdens zijn beklimming van de Ventoux in de Tour van ’66. Een paar dagen voordat ik de Ventoux zou gaan beklimmen was ik met mijn gezin in Carpentras gelegen op zo’n 20km van de Ventoux. Vanaf de stad kon ik Mont Ventoux zien liggen besefte ik mij ineens wat een enorme beklimming dit zou worden. Donderdagochtend 29 juli om 11:15 kwamen wij met de auto aan in Bèdoin. Ik haalde mijn fiets uit de auto, monteerde het voorwiel, vulde de bidon, deed mijn helm op, de meiden nog een laatste kus voor succes en om 11:30 begon ik aan de uitdaging. Vanuit het kleine centrum volg ik de borden welke “le mte Ventoux” aangeven en rij al snel de landelijke omgeving in richting de 1e bocht van de 1913m. hoge klim. Het loop eigenlijk direct fors omhoog en de klim start met een stijgingspercentage van 8%. Voor mij rijd een renner in QuickStep tenue, ik twijfel of ik erover zal gaan, mijn ritme brengt mij al snel voorbij hem en hoef ik niet te kiezen. Ik besluit mij vanaf dat moment te focussen op mijn cadansen hartslag om zo de energie te kunnen verdelen en niet te lang boven mijn omslagpunt uit te komen. Het is druk, deMont Ventoux leeft zowel bij fietsers als bij toeschouwers. Veel mensen gaan met de auto bergop en staan er mensen langs de kant om een familielid of bekende aan te moedigen. Ook mijn meiden komen mij een aantal maal toeterend inhalen en het “hup papa” klinkt van de achterbank. Ondertussen begeef ik mij op het zwaarste deel van de beklimming, in het bos. De stijgingspercentages schommelen hier tussen de 9 en 11% waarvan de laatst genoemde het meeste voorkomt. Mijn benen zijn top en in dit gedeelte is er niemand die mij voorbij gaat, langzaam haal ik andere renners één voor één binnen. Langs de kant staan “mijn fans” mij weer aan te moedigen en zie ik voor de tweede maal ook een Belgische Marco Pantani look-a-like staan. Hij groet mij en ik knik, ik heb net zijn vrienden ingehaald, en meldt hem dat het goed gaat. Hij antwoord bevestigend met “ik zie het” en glimlacht. Een kilometer voordat ik bij Chateau Reinard aankom heb ik het even zwaar en moet ik voor het eerst op mijn tanden bijten. Gelukkig ben ik er snel doorheen en zie ik het plateau waar het voor even vlak is voor mij liggen. Mijn drie meiden staan er alweer, wat een enthousiasme en dat geeft weer extra energie voor de laatste 6km. Nu liggen de stijgingspercentages tussen de 7 en 9% maar kan de wind de klim naar de top het nog lastig maken. En dat merk ik direct zodra ik de eerste bocht in het “maanlandschap” neem en niet meer in de beschutting van Ventoux rijd, wat een wind. Hoe dichter ik bij de volgende bocht kom des te minder last ik heb van de wind. Ik rijd in en uit de beschutting van Ventoux en zo werk ik mij van bocht naar bocht. Onderweg zijn er veel sportfotografen die graag een foto maken, zodra zij dit gedaan hebben rennen zij even met je mee om hun kaartje in een van de zakken van je wielershirt te doen. Dit zijn ook momenten waarin de prof in je naar boven komt, rennende mensen naast je fiets zoals je dat ziet bij de beklimmingen in alle grote rondes. Op een gegeven moment zie ik het monument van Tom Simpson, ik knipoog en probeer het laatste deel nog goed door te komen, de wind maakt het echt zwaar. Ik bedenk mij dat ik straks met de auto afdaal en nog even zal stoppen bij het monument. Tijdens de gehele klim heb ik onderweg de vele teksten op de grond zien staan, “Go Lance Go”, “Boogie”, “Rabobank”, “Contador”, Come on Frank”. Ik heb geprobeerd er zoveel mogelijk te lezen, bijna bij de top zie ik op 1km van het hoogste punt op de grond nog een tekst staan, “Schleck Attaq!!”, ontzag was hetgeen wat mij overviel. Ik kon mij niet indenken nog te kunnen aanvallen op dit punt. Deze laatste kilometer leek het zwaarste en de top kon ik al enige tijd langzaam dichterbij zien komen. Ik was er bijna, nog een bocht, auto’s staan stil omdat het zo druk is op de top, ik ga er aan de binnenkant langs en zet nog een keer aan, ik ben er.
Mijn gezin staat boven en zien mij aankomen, wat een fantastische klim maar ook zwaar. In 02h:06m:23s heb ik mijn uitdaging volbracht, te gekke ervaring.

Sander